Geschiedenis van de Bindingkampen

Het startte in 1942

Het allereerste Doopsgezinde Aalsmeerse jongerenkamp, een kringkamp, werd georganiseerd door de Doopsgezinde gemeente in Aalsmeer in 1942, tijdens de 2e wereldoorlog.

In 1948 werden de eerste Aalsmeerse kinderkampen georganiseerd. In de kinderkampen wordt (nog steeds) de basis gelegd voor het kampleven. De jongste kinderkampen gingen (tot 2017) naar (kampeer)boerderij “De Baankreis” (van de familie Boschloo) in Almen (bekend van de bolussen) en sliepen daar in grote tenten. Een andere vaste kamplocatie in Nederland (tot 1985) was Elspeet en op Texel komen we ook al sinds 1950.

Vanaf 1959 worden er jongerenkampen georganiseerd naar het buitenland. Ook voor de buitenlandkampen zijn jarenlang dezelfde kamplocaties bezocht: Kronberg in de Taunus (Duitsland) en het Bregenzerwald (Schwarzenberg, Schröcken, Hittisau en Schetteregg) in Oostenrijk. Naast deze locaties zijn er in binnen- en buitenland nog vele andere plaatsen bezocht.

Jongerkamp in Taunus

 

De Binding nam in 1972 het stokje over van de Doopsgezinde Gemeente

De kampen werden tot 1972 georganiseerd vanuit de Doopsgezinde gemeente in Aalsmeer. Vanaf 1972 is het organiseren van de kampen overgenomen door Stichting De Binding in Aalsmeer. Het organiseren van de kampen werd weliswaar nog steeds door dezelfde vrijwilligers gedaan, maar nu onder een andere noemer.

In de jaren 70 van de vorige eeuw bereikte het kampwerk het absolute hoogtepunt qua aantal deelnemers in 1977: 11 kampen (kinder- en jongeren), 324 deelnemers en 79 mensen als leiding. Maar de kampen zijn ook nu nog een belangrijke basis voor het jongerenwerk van De Binding. In 2009 waren er 7 kampen: 2 naar Almen, naar Annen, 2 naar de Taunus in Duitsland, naar Noorbeek  en naar Texel). 

Hieronder staan twee fragmenten te lezen uit kampkranten van verschillende tijdsperiodes:

Het is goed om even stil te staan en terug te zien op de dagen die we hier samen doorgebracht hebben: de uren van uitbundige vreugde, maar bovenal de uren van stille blijdschap, waarin we ons zoo sterk kinderen van een vader gevoeld hebben. Straks gaan we weer huiswaarts, jonge, blijde menschenkinderen, die samen een week hebben mogen genieten van Gods prachtige natuur. Laten we proberen, alles, wat we in het kamp aan goede dingen hebben ontvangen, met beide handen vast te houden. Hoe rijk voel je je als je samen luistert naar een mooi gedicht, een wijdingsstukje of als je alleen maar stil bent, en luistert naar de stem, die ons zooveel te zeggen heeft. Aan de avond van onze laatste dag zal het kampvuur gestookt worden en iets van het Eeuwig Vuur zullen we in onze harten meedragen naar huis, naar ons werk en we zullen gesterkt worden door de herinnering aan de goede momenten in ons kamp.

Fragment kampkrant 1990:

Jammer genoeg is dit jaar voor ons het laatste kamp georganiseerd. Voor de laatste keer een weekje weg, dit keer naar Texel. Terwijl ik dit schrijf, denk ik weer even terug aan die andere kampen. Toen ik elf was, ging ik voor het eerst naar Almen, het jaar daarop opnieuw. Ik begon kampen steeds leuker te vinden. En door elk kamp werd ik weer een ervaring rijker. Je leerde met ander mensen om te gaan, je aan te passen. Je deed dingen die je leuk vond maar ook dingen die je minder leuk vond. Het hoorde er nou eenmaal bij. Twee jaar later ging ik naar de Taunus, het werd bijna gewoon: de corvee, het keten ’s nachts en praten over het thema. Van ‘ Water is leven’ tot ‘ Genoeg van teveel , genoeg van te weinig’ De een nog meer omvattender dan de andere, maar hoe langer je bezig bent met zo’n thema, hoe meer je ervan gaat begrijpen. En toen begon ons laatste kamp, een schitterende week op Texel. Het was ontzettend leuk. Het is haast niet te beschrijven. We waren echt een groep, heerlijk! Ik wil iedereen bedanken, niet alleen voor dit kamp, voor alle kampen. Het was onvergetelijk.